veluwe

terschelling

bij in duifkruid.png
 
 

 

Informatie over stoffen die bijen produceren

POLLEN OF STUIFMEEL

Het stuifmeel dat door de bijen wordt verzameld wordt vermengd met een beetje speeksel, zodat ze er kleine bolletjes van kunnen maken. Dit speeksel neutraliseert en vernietigt eventueel aanwezige stoffen die een allergische reactie kunnen veroorzaken. Daardoor kunnen deze bolletjes bij mensen een gunstige invloed hebben bij verschillende vormen van hooikoorts, behalve een allergie voor grassen. Bijen verzamelen namelijk geen stuifmeel van grassen, dus daartegen kun je door het eten van stuifmeelbolletjes geen weerstand opbouwen.
Door van januari tot en met juli dagelijks 1 of 2 theelepels pollenkorrels, 2 pollentabletten of 2 pollencapsules in te nemen zou langzaam een zekere weerstand opgebouwd kunnen worden tegen het stuifmeel dat door de wind wordt verspreid en zou de ontvankelijkheid voor allergische reacties daarop kunnen worden verminderd.
Omdat stuifmeel uiterst voedzaam is zouden ze ook de eetlust kunnen remmen, waardoor ze een goed middel zouden kunnen zijn bij het afslanken.
Bovendien bevatten ze bijna alle vitamines die een mens dagelijks nodig heeft. Vooral de relatief grote hoeveelheid vitamine B12 maken pollen tot een goede aanvulling op het voedsel van mensen die weinig of geen vlees eten.

PROPOLIS

Propolis is een stof die door de bijen wordt gemaakt uit plantensappen en harsen. De bijen gebruiken deze stof om zich te beschermen tegen infecties. Ze smeren er de binnenkant van hun bijenkast meer in, want het werkt bacterieremmend en schimmeldodend. Dat is voor een bijenvolk essentiëel, om gezond te blijven.
De belangrijkste werkzame bestanddelen zijn: flavonoïden (een soort natuurlijk antibioticum), mineralen, etherische oliën (waarvan een aantal soorten actief bacteriën en schimmels bestrijden), eiwitten, suikers en vitamines. Ook voor mensen een stof die kan helpen om infecties te bestrijden, de algemene conditie te verbeteren en de vatbaarheid voor infacties te verminderen.

BIJENWAS

Was wordt geproduceerd door werkbijen. Deze bijen "zweten" was met hun wasklieren, die aan weerszijden van het achterlijf zitten. Flinterdunne wasplaatjes vormen samen de cellen in de honingraat, waarvan de bijen een deel gebruiken om hun broednest te vormen en een deel om hun voedsel in op te slaan, namelijk stuifmeel en nectar (wat wordt ingedampt en gerijpt tot honing).
Bijenwas wordt, behalve door de imker, ook gebruikt in de cosmetische en farmaceutische industrie en bij het maken van onder meer snoep. Er worden kaarsen van gemaakt, boenwas, beeldjes, het wordt gebruikt bij het batikken van textiel, in de lithografiem om modellen te maken, om leer te verwerken en in de voedingsmiddelenindustrie als glansmiddel (E901).
Omdat allen bijen in staat zijn om was te maken en het op zoveel manieren kan worden gebruikt, wordt alle was door de imker verzameld en omgesmolten tot blokken, die vervolgens gebruikt worden ofwel voor het maken van nieuwe wasplaten voor in de bijenkast of voor de bovengenoemde andere toepassingen.

HONING

Honing is een vloeibare substantie vol van natuurlijke suikers, mineralen en sporenelementen, die ontstaat als bijen nectar uit bloemen verzamelen en deze vervolgens "omzetten". De nectar wordt namelijk door het toevoegen van enzymen en door indikking door middel van verdamping omgezet in honing. Door het omzetten van de nectar in honing wordt de vloeistof rijker aan suikers, voedzamer en langer houdbaar.
De haalbijen uit een bijenvolk zuigen de vochtige nectar uit bloemen en bloesem op in hun honingmaag en voegen er direct, vanuit hun speekselklieren en hun borststuk, de eerste enzymen en goede bacteriën aan toe. Na thuiskomst in hun kast wordt de zo verrijkte nectar aan de huisbijen afgegeven. Doordat de nectar vervolgens nog meerdere malen door de bijen van elkaar wordt overgenomen komen er steeds meer enzymen in de honing. Dit overnemen tussen de werksterbijen gebeurt veel tijdens het indampen van de nectar. Door ventilatie in de bijenkast, waar de bijen veelal zelf voor zorgen, wordt de nectar ingedikt van een vochtgehalte van zo'n 80% tot een vochtgehalte van zo'n 20%. Pas dan wordt de honing met een wasdeksel afgedekt in de cel. Dan begint de rijping. Tijdens deze rijping wordt de sacharose uit de nectar grotendeels omgezet in glucose en fructose. Als de honing voldoende gerijpt is kan deze door de imker geoogst worden. Wanneer een imker ziet dat een honingraam volledig verzegeld is, dus geheel van wasdekseltjes voorzien, kan hij het raam uit de bijenkast nemen en volgt het verwerkingsproces. Dit kan zijn:

Slingeren

De ramen worden uit de bijenkasten genomen, de wasdekseltjes waarmee de cellen verzegeld zijn, worden weggesneden, waarna de ramen met de open raat in een centrifuge (de honingslinger) wordt gehangen en de honing eruit wordt geslingerd. De honing wordt vervolgens gezeefd. De meeste honing is tegenwoordig slingerhoning.

Persen

Bij persing worden de honingraten verbrijzeld en het aldus ontstane mengsel door een doek geperst, waarbij de wasdeeltjes achterblijven. Dit gebeurde vooral vroeger met de honing uit bijenkorven.

Raathoning

Raathoning is honing die door de bijen in volkomen nieuwe raat is opgeslagen zonder dat de imker gebruik heeft gemaakt van kunstraat. Raathoning wordt ook wel sectiehoning genoemd, vooral als er sprake is van nette vierkante stukken raathoning (en al helemaal als het regelrecht vanuit de bijenkast tussen 4 plankjes zit - waarbij de bijen het dan dus zelf tussen die 4 plankjes hebben opgeslagen). Omdat de bijen de raten helemaal zelf hebben gebouwd is het mogelijk de raathoning in zijn geheel op te eten.

Brokhoning

Brokhoning (ook wel raatbrok in honing genoemd) is raathoning die in een pot is gedaan waarna die pot verder met vloeibare honing is afgevuld. De vloeibare honing en het stuk raat mogen van dezelfde soort zijn, maar vaak wordt voor de vloeibare honing acaciahoning of robiniahoning gebruikt omdat deze zeer lang vloeibaar blijft. Dat is van belang voor de verkoop want als de honing gaat kristalliseren dan zie je de honingraat niet meer.

Crèmehoning

Wanneer de imker de honing, voordat dat deze in potten wordt gedaan, gaat enten met een zeer kleine hoeveelheid fijn kristalliserende honing en de honing daarna een aantal weken dagelijks roert krijgt men als eindproduct crèmehoning. Deze honing kristalliseert niet verder en blijft daardoor heel lang soepel en smeerbaar.

Smaak en houdbaarheid

Wanneer er meer stuifmeel in de honing zit zal de honing sneller "versuikeren" ofwel kristalliseren. Dit is een natuurlijk proces. Het is mogelijk deze honing weer vloeibaar te maken door hem enigszins te verwarmen, zeker niet hoger dan 40° Celsius, omdat anders de enzymen en goede bacteriën in de honing afsterven. Dan blijft alleen een zoete substantie over, die weinig voedingswaarde meer heeft.
Het kristalliseren van honing is dus een teken dat de honing niet verhit is geweest en alle voedingsstoffen nog aanwezig zijn. Honing die eenmaal boven 40° Celsius verhit is geweest, kristalliseert namelijk niet meer. Ook "versuikerde" honing is heel erg lang houdbaar en blijft erg lang zijn voedingswaarde behouden. Meestal veel langer dan op de pot staat aangegeven.

Wat de smaak van honing betreft kan grofweg gesteld worden dat hoe donkerder de honing van kleur is, hoe pittiger de smaak.

De imker

Wanneer de imker honingramen afpakt van de bijen, zal hij of zij aan het einde van het zomerseizoen moeten zorgen dat de bijen genoeg voedsel voor de winter hebben om te overleven tot het volgende voorjaar. Hij neemt hen immers hun wintervoorraad af. Dit doen imkers door het voeren van suikerwater of suikersiroop. Tegenwoordig doen de meeste imkers dit met een speciaal voor dit doel ontwikkelde suikersirooop, die de samenstelling van natuurlijke nectar zo dicht mogelijk benadert. Hierdoor komen de bijen niets tekort in de winter. En als de imker het goed doet, heeft het bijenvolk precies genoeg voeding totdat in het voorjaar de eerste bloesem weer ontspruit, waarna de hele cyclus van het halen van nectar en het indampen en rijpen tot honing opnieuw begint. Door een goede timing en het nauwkeurig in de gaten houden van de wintervoeding, zorgt de imker ervoor dat er geen vermenging plaatsvindt van honing met deze suikersiroop.

 
© 2007 - 2016 Het Honingmagazijn